We laten niet enkel deze zware jongens gaan, we laten 7.000 jongeren los

Hoe mooi de principes die je in de wet verankert ook zijn, als je geen plaats hebt voor jongeren in nood, faalt ieder systeem Jongeren die heel zware feiten plegen, worden gewoon weer vrij gelaten. Niet omdat de rechter hen geen sanctie wil opleggen, maar omdat er geen plaats is in de gesloten instelling in Everberg. De verhalen van deze week uit Antwerpen en Blankenberge zijn, helaas, geen uitzonderlijk nieuws. Dagelijks worden jeugdrechters geconfronteerd met de vraag: waar is er plaats? En dan gaat het niet alleen om jongeren die zware feiten pleegden, maar veel vaker over jongeren in heel verontrustende situaties. Slachtoffers van tienerpooiers, kinderen die werden mishandeld, kinderen met zware psychiatrische problemen. We laten dus niet alleen de zware jongens los lopen, we laten een generatie kwetsbare kinderen los.

Bevoegd minister Vandeurzen (CD&V) beloofde prompt een verdubbeling van de plaatsen in de gesloten voorzieningen. Maar is dat wel het juiste antwoord? Op heel korte termijn misschien wel. Willen we op lange termijn dit soort situaties vermijden, dan zullen we fundamenteler dingen moeten veranderen. En daar waagt de minister zich niet aan.

Als je kijkt naar de jongeren die momenteel in de gesloten voorziening verblijven, dan heeft de meerderheid geen strafbare feiten gepleegd. Voor hun eigen veiligheid worden ze in een gesloten voorziening geplaatst, maar ze ervaren dit alsof ze worden gestraft voor iets wat ze niet deden.

Daar zou binnenkort een einde aan moeten komen. Jongeren in een verontrustende situatie mogen niet meer samen worden gezet met jongeren die als misdrijf omschreven feiten pleegden. Dat is voorzien in het nieuwe jeugdsanctierecht waarover het parlement zich weldra buigt. Mooi principe, maar de voor de hand liggende vraag is dan: waar gaan die jongeren met psychiatrische problemen naartoe? Waar gaan de jongeren met gedragsproblemen worden opgevangen? Het antwoord is bikkelhard: er is geen plaats. De hele jeugdhulp zit stampvol.

Maatschappelijk falen

Hoe mooi de principes die je in de wet verankert ook zijn, als je geen plaats hebt voor jongeren in nood, faalt ieder systeem. Jeugdrechters trokken hiervoor al herhaaldelijk aan de alarmbel. Een rechter kan wel maatregelen opleggen, maar als die onuitvoerbaar zijn, schieten we ook niets op.

En dan zijn we nog niet bij de hamvraag: hoe voorkomen we dat jongeren op het foute pad geraken, hoe zorgen we dat jongeren met problemen geen probleemjongeren worden? We hebben bergen expertise en een jeugdhulp die in alle stilte bergen verzet. Maar we hebben ook ellenlange wachtlijsten om in de jeugdhulp binnen te geraken. Als een moeder hulp inroept omdat haar zoon het foute pad op gaat, kan ze maanden tot jaren wachten op thuisbegeleiding. Dat het dan fout loopt, kun je niet alleen in de schoenen van die moeder of zoon schuiven. Dat is een maatschappelijk falen.

Er zijn 7.000 kinderen en jongeren die op een wachtlijst staan in de jeugdhulp, van thuisbegeleiding tot gesloten voorzieningen. Voor meer dan 700 jongeren in een crisissituatie is de hulp 'volzet'.

Het antwoord van de politiek is: "We doen wat we kunnen binnen de budgettaire marge." Vrij vertaald: "Sorry, er is geen geld." En dat is onaanvaardbaar, want zo laten we dus niet alleen een paar zware jongens straffeloos op straat vrij, we laten 7.000 kinderen en jongeren los.